Atlassian uses cookies to improve your browsing experience, perform analytics and research, and conduct advertising. Accept all cookies to indicate that you agree to our use of cookies on your device.
Atlassian uses cookies to improve your browsing experience, perform analytics and research, and conduct advertising. Accept all cookies to indicate that you agree to our use of cookies on your device. Atlassian cookies and tracking notice, (opens new window)
Digitaal Vlaanderen | Team Informatieveiligheid (TIV)
IM_SM.11
GEVALIDEERD
Implementatiemaatregel
Reikwijdte en niveau van monitoring:
De reikwijdte en het niveau van de monitoring MOETEN worden bepaald in overeenstemming met de toepasselijke informatieklasse en relevante wet- en regelgeving.
Registraties en bewaartermijnen:
De organisatie MOET registraties van de monitoring bijhouden gedurende gedefinieerde bewaartermijnen volgens de [beheer gebeurtenissen procedure].
Elementen van het monitoringsysteem:
De organisatie MOET waar mogelijk de volgende elementen in het monitoringsysteem opnemen:
Uitgaand en inkomend netwerk-, systeem- en toepassingsverkeer
Toegang tot systemen, servers, netwerkapparatuur, monitoringsystemen, essentiële toepassingen, enz.
Systeem- en netwerkconfiguratiebestanden op essentieel of beheerniveau
Logbestanden van beveiligingsinstrumenten zoals antivirus, IDS, IPS, webfilters, firewalls, en systemen voor het voorkomen van gegevenslekken
Logbestanden van gebeurtenissen met betrekking tot systeem- en netwerkactiviteit
Controle van de integriteit van de uitvoerende code
Gebruik van middelen (CPU, vaste schijven, geheugen, bandbreedte) en hun prestaties
Nullijn (baseline) voor normaal gedrag:
De organisatie MOET een nullijn voor normaal gedrag vaststellen en op afwijkingen monitoren. Bij het vaststellen van de nullijn wordt rekening gehouden met:
Het gebruik van systemen tijdens normale en piekperiodes
Het gebruikelijke tijdstip, de plaats en de frequentie van toegang voor elke gebruiker of gebruikersgroep
Configuratie van het monitoringsysteem:
Het monitoringsysteem MOET worden geconfigureerd om afwijkend gedrag te identificeren, zoals:
Ongeplande beëindiging van processen of toepassingen
Activiteiten gerelateerd aan malware of kwaadaardige IP-adressen
Bekende aanvalskenmerken (bijv. denial of service, bufferoverflows)
Ongebruikelijk systeemgedrag (bijv. het registreren van toetsaanslagen, procesinjectie)
Knelpunten en overbelasting (bijv. netwerkwachtrijen, latentieniveaus)
Pogingen tot onbevoegde toegang
Ongeoorloofd scannen van toepassingen en netwerken
Geslaagde en mislukte pogingen om toegang te krijgen tot beschermde bronnen
Ongebruikelijk gebruikers- en systeemgedrag
Continue monitoring:
Er MOET gebruik worden gemaakt van continue monitoring via een instrument dat realtime of met regelmatige tussenpozen de status van apparaten, processen of software vastlegt en evalueert.
Waarschuwings- en meldingssysteem:
Geautomatiseerde monitoringsoftware MOET meldingen geven op basis van vooraf gedefinieerde drempels via beheerconsoles, e-mails of instantmessagingsystemen.
Het waarschuwingssysteem MOET worden afgestemd op de nullijn van de organisatie om valspositieven tot een minimum te beperken.
Training en reactie van personeel:
Personeel MOET erop gericht zijn om op waarschuwingen te reageren en MOET voldoende getraind zijn om potentiële incidenten accuraat te interpreteren.
Er MOETEN redundante systemen en processen aanwezig zijn om waarschuwingsmeldingen te ontvangen en erop te reageren.
Communicatie van abnormale gebeurtenissen:
Abnormale gebeurtenissen MOETEN aan relevante partijen worden meegedeeld voor verbeteringen in audit, beveiligingsevaluatie, kwetsbaarheidsscans en monitoring.
Procedure voor tijdige reactie:
De organisatie MOET procedures hebben om tijdig te reageren op positieve indicatoren van het monitoringsysteem om de impact van nadelige gebeurtenissen op informatiebeveiliging te minimaliseren.