Opname van de feitelijke situatie van gebouweenheden

Opname van de feitelijke situatie van gebouweenheden

Disclaimer

Deze pagina is een eerste versie die nog kan veranderen.

Over deze pagina

Deze pagina is voor het eerst gepubliceerd op Oct 2, 2025.

Vragen, opmerkingen en/of feedback zijn welkom op: digitaal.vlaanderen@vlaanderen.be.

 

Begrippen

Wat is de feitelijke situatie?

De feitelijke situatie is de toestand die vastgesteld wordt op het terrein, ongeacht de vergunde toestand. Tijdens een verbouwing blijft de oorspronkelijke situatie geldig tot de werken zijn afgerond. Daarna wordt de nieuwe feitelijke situatie vastgesteld.

Wanneer er echter een goedgekeurde vergunning is, kunnen nieuwe of gewijzigde gebouweenheden al vanaf de datum van vergunningverlening worden ingevoerd. Niet-vergunde eenheden kunnen pas worden geregistreerd zodra ze effectief op het terrein bestaan en dit ter plaatse is vastgesteld.

Wat betekent ‘Officieel toegekend’?

‘Officieel toegekend’ betekent, conform het Vocabularium Adres, dat het adres officieel door de adresbeheerder is toegekend. Een adres is niet-officieel wanneer het bestaan ervan niet gekend was vanuit de administratieve procedures, maar pas nadat het feitelijk is vastgesteld op het terrein.

Wat betekent 'Afwijking vastgesteld'?

Het attribuut 'Afwijking vastgesteld' duidt op gebouweenheden die de afbakeningsregels niet volledig volgen, of die niet correct vergund zijn waarbij de problematiek relevant is binnen de werking van het Gebouwenregister.

Richtlijnen

Splitsen van een gebouweenheid.

  • Bij het splitsen van een gebouweenheid wordt de oude gebouweenheid gehistoreerd.

  • De nieuwe gebouweenheden worden aangemaakt.

Samenvoegen van meerdere gebouweenheden.

  • Bij het samenvoegen van meerdere gebouweenheden worden de oude gebouweenheden gehistoreerd.

  • De nieuwe gebouweenheid wordt aangemaakt.

Gebruik van het attribuut 'Afwijking vastgesteld' voor een gebouweenheid.

Het attribuut 'Afwijking vastgesteld' kan gebruikt worden in twee situaties:

  1. Om een bestaande gebouweenheid die al aanwezig is in het Gebouwenregister te markeren die niet meer mag bestaan volgens de afbakening. Een voorbeeld is een gebouweenheid (wooneenheid) die niet meer door de afbakening geraakt, maar door bewoning nog moet blijven bestaan. Een kamer valt hier niet onder.

  2. Om aan te geven dat de vergunde situatie van een gebouweenheid afwijkt van de feitelijke situatie. Voorbeelden zijn:

    1. Een woning die is opgesplitst in twee appartementen.

    2. Een appartementsgebouw waar er door een splitsing nu 11 in plaats van 10 gebouweenheden zijn.

    3. Een oude stal die is omgebouwd tot woning.

Beslisboom.jpg
Beslisboom van de afbakening van gebouweenheden.
image-20250827-121640.png
'Afwijking vastgesteld' zoals zichtbaar in LARA.

Veelgestelde vragen.

Informatie van VEKA

VEKA voorziet zelf informatie over enkele mogelijke vragen:

Waarom moeten gebouwen en hun bijhorende gebouweenheden worden aangemaakt volgens hun feitelijke toestand?

Het gebouwenregister streeft naar de opname en weergave van de feitelijke situatie. Dit is wat gebruikers verwachten te zien wanneer zij het Gebouwenregister raadplegen. Want ook niet-vergunde eenheden moeten geïdentificeerd en gevonden kunnen worden. Bovendien moet ook over deze eenheden informatie uitgewisseld kunnen worden. Ontbrekende gebouweenheden zijn een vorm van onvolledige data.

Wat doe ik wanneer de gebouwgeometrie in het gebouwenregister afwijkt van de feitelijke toestand op terrein?

Wanneer de geometrie van een gebouw in het gebouwenregister afwijkt van de toestand op terrein, moet een aanpassing gemaakt worden. Hierover is meer informatie te vinden op https://www.vlaanderen.be/digitaal-vlaanderen/onze-diensten-en-platformen/basiskaart-vlaanderen-grb/veelgestelde-vragen/foutmelding-naar-het-grb#q-fad1b1cc-676c-43bd-b799-6da57bcae956. Alternatief kan ook via LARA worden gemeld op een ‘ingemeten gebouw’.

Voorbeelden zijn:

  • Slopen van een ingemeten gebouw.

  • Inmeting van een gerealiseerd gebouw dat nog niet ingeschetst is in het register.

  • Samenvoeging van meerdere gebouwen.

  • Splitsing van een gebouw.

  • Geometrie van een gebouw is niet meer up-to-date.

Wanneer een gebouw in aanbouw is en ontbreekt, kan de gemeente als decentraal beheerder dit gebouw aanmaken.

Meer informatie over de rol van de decentraal beheerders is te vinden op:

Wat doe ik wanneer een feitelijk bestaande gebouweenheid in het gebouwenregister niet bestaat, of verschilt?

Wanneer een gebouweenheid niet aanwezig is volgens zijn feitelijke situatie in het Gebouwenregister, is het aan de gemeente om deze aanpassingen in het Gebouwenregister door te voeren.

Waarvoor kan ik het attribuut 'Afwijking vastgesteld' bij een gebouweenheid gebruiken?

Het attribuut 'Afwijking vastgesteld' kan gebruikt worden voor conform de opgestelde richtlijnen. (Zie hierboven.)

Enkele uitgewerkte voorbeelden zijn hieronder te vinden en op de pagina Terreinvoorbeelden uit LARA.

Hoe verwerk ik een niet-vergunde verbouwing in het gebouwenregister?

Voor het opnemen van gebouweenheden volgens hun feitelijke situatie baseren we ons op de richtlijnen over het splitsen en samenvoegen van meerdere gebouwen en/of gebouweenheden. Hieronder geven we enkele voorbeelden.

Niet vergunde …

Stappen

Attribuut 'Afwijking vastgesteld'

Niet vergunde …

Stappen

Attribuut 'Afwijking vastgesteld'

opsplitsing van een gebouw

  • Historeer de oude gebouweenheid.

  • Vervolgens wordt een melding aangemaakt bij het GRB om de splitsing van dit gebouw door te voeren.

  • Wanneer het GRB de splitsing heeft doorgevoerd, voert de gemeente die nieuwe gebouweenheden (conform de gebouweenheidsafbakening²) in.

  • De gemeente doet de nodige aanpassingen op adresniveau.

Voor beide

'Ja'

om aan te geven dat het hier een vergunnings-problematiek betreft.

samenvoeging van meerdere gebouwen tot een woning

  • Historeer de oude gebouweenheden.

  • Vervolgens wordt een melding aangemaakt bij het GRB om de samenvoeging van deze gebouwen door te voeren.

  • Wanneer het GRB de samenvoeging heeft doorgevoerd, voert de gemeente die nieuwe gebouweenheden (conform de gebouweenheidsafbakening²) in.

  • De gemeente doet de nodige aanpassingen op adresniveau.

Voor deze gebouweenheid

‘Ja’

om aan te geven dat het hier een vergunningsproblematiek betreft.

opsplitsing van een gebouw-eenheid

  • Historeer de oude gebouweenheid en worden de nieuwe gebouweenheden toegevoegd.

  • Vervolgens worden de adressen verder goed gezet.

Voor deze nieuwe gebouweenheden

‘Ja’

samenvoeging van meerdere gebouw-eenheden

  • Historeer de oude gebouweenheden en wordt de nieuwe gebouweenheid toegevoegd.

  • Vervolgens worden de adressen verder goed gezet.

Voor deze nieuwe gebouweenheid

‘Ja’

gebouw-eenheid die ontbreekt in het Gebouwen-register

  • Een nieuwe gebouweenheid die ontbreekt, bv. in een stal die is omgebouwd tot woning, wordt toegevoegd.

  • De nodige adressen worden voorzien.

Voor deze nieuwe gebouweenheid

‘Ja’

² Het kan zijn dat een intern proces een gebouweenheid reeds op zal pikken voor aanmaak. Binnen deze problematiek is dat weinig waarschijnlijk, dus zelf aanmaken is altijd de beste optie.

Kan ik als decentraal beheerder extra informatie invullen in een vrij opmerkingenveld voor een gebouweenheid?

Momenteel is dit niet mogelijk. Vragen om deze functionaliteit te voorzien, kunnen bezorgd worden aan digitaal.vlaanderen@vlaanderen.be.

Hoe kunnen we de gebouweenheden met een vastgestelde afwijking opvolgen in het register?

Dit kan gebeuren via de WFS en het downloadbestand. Alternatieve opties worden momenteel bekeken door Digitaal Vlaanderen.

Hoe kunnen we het overzicht behouden tussen de twee scenario’s waarvoor ‘Afwijking vastgesteld’ wordt gebruikt?

Binnen de geldende richtlijnen kunnen gemeenten intern bijhouden of de afwijking gerelateerd is aan een vergunningsproblematiek. Zodra een afwijking geregistreerd is, vormt dit voor medewerkers van andere diensten een duidelijke indicatie om een navraag te doen.

Welke argumenten worden niet aanzien als goede argumenten om gebouweenheden niet aan te maken volgens hun feitelijke situatie?

Als gemeente wil ik geen bouwmisdrijven consolideren en/of bestendigen.

Het Gebouwenregister weerspiegelt de feitelijke situatie op het terrein ongeacht de afgeleverde vergunningen. Het is mogelijk dat het Gebouwenregister correcte feitelijke situaties bevat die niet overeenkomstig vergund zijn. Wanneer er een regularisatie komt waarna de feitelijke en vergunde situatie weer overeen komen, is het probleem opgelost. Wanneer de feitelijke situatie dusdanig wordt aangepast op het terrein om conform de afgeleverde vergunning te zijn, moet de nieuwe feitelijke situatie worden opgenomen in het Gebouwenregister.

Als gemeente wil ik niet-vergunde gebouweenheden niet in het register opnemen omdat die zaken er moeilijk weer uit geraken.

Een gebouweenheid die door de afbakening geraakt en feitelijk op het terrein aanwezig is, moet opgenomen worden in het Gebouwenregister. Deze eenheden blijven in het Gebouwenregister tot deze de feitelijke situatie weergeven. Wanneer de feitelijke situatie wordt aangepast en deze gebouweenheid niet langer feitelijk bestaande is, kan deze worden gehistoreerd.

Als gemeente wil ik kort op de bal spelen om te vermijden dat deze zaken verder gaan dan nodig.

Het Gebouwenregister zou geen beperking mogen vormen om kort op de bal te spelen bij vergunningsproblematieken. Problemen met niet-vergunde gebouweenheden komen vaak pas aan het licht bij verkoop. De voorgestelde werkwijze biedt net een kans om sneller te regulariseren.